Dat boeren nu een derde minder mest mogen uitrijden voelt voor hen als een harde ingreep. Maar het laat ook zien dat we het systeem anders moeten organiseren. We hebben mest jarenlang gezien als afval dat weg moet, terwijl het eigenlijk een stroom vol waardevolle voedingsstoffen is, zoals stikstof en fosfaat – precies wat we nu opnieuw maken met kunstmest, waar veel energie voor nodig is.
Als we niet oppassen, vervangen we dierlijke mest straks door meer kunstmest. Daarmee worden we juist weer afhankelijker van import en fossiele grondstoffen. Vanuit duurzaamheid én vanuit economisch oogpunt is dat geen logische stap.
Regionale uitdaging
De technologie om mest slim te verwerken is er al. Met vergisting halen we methaan uit mest voor biogas, en wat overblijft bevat nog steeds waardevolle nutriënten. Die kun je scheiden en gericht inzetten in de akkerbouw. Zo kun je veel preciezer bemesten, met minder uitstoot naar lucht en water. De uitdaging zit niet in de techniek, maar in de organisatie eromheen. Je moet regionaal zorgen voor goede logistiek, professionele verwerking en transparantie in de keten. Nu is het systeem versnipperd en daardoor lastig om in te investeren.
Ketensamenwerking
Dit kun je niet bij individuele boeren neerleggen. Het gaat om de hele keten: veehouders, akkerbouwers, verwerkers, industrie en overheid. Als we mest regionaal ophalen, centraal verwerken en de voedingsstoffen gericht terugbrengen naar de akkerbouw, ontstaat een systeem dat echt kan blijven draaien. Dat is uiteindelijk effectiever dan miljarden uitgeven aan het opkopen van boeren zonder het onderliggende probleem op te lossen.
In dit soort grote veranderingen moet de overheid tijdelijk regie nemen om het systeem op gang te helpen. Daarna kan de markt het verder oppakken. Als we het goed organiseren, kunnen koeien onderdeel blijven van een gesloten kringloop in plaats van alleen als probleem te worden gezien. Dan maak je van een crisis een kans.
Dit bericht is een reactie van Tjeerd Jongsma naar aanleiding van dit bericht: Friese boeren in de knel door strengere mestregels: waarheen met het overschot?








